ECLI:NL:RBALK:2002:AF1817
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.H.B. Littooy
- S.M. Jongkind-Jonker
- W.A.J.P. van den Reek
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig handelen van standhouders bij legionella-uitbraak op Westfriese Flora
Tijdens de 66e Westfriese Flora in februari 1999 werden bezoekers besmet met de legionella-bacterie. De Consumentenbond startte een collectieve actie tegen twee standhouders, de organisator Stichting Westfriese Flora en de Staat, wegens onrechtmatig handelen en nalatigheid.
De rechtbank oordeelde dat een collectieve schadevordering niet ontvankelijk is, maar dat een verklaring voor recht omtrent onrechtmatig handelen wel mogelijk is. De Staat en de Flora werden vrijgesproken omdat zij geen wettelijke plicht hadden om de whirlpools te reguleren of toezicht te houden op de standhouders.
De standhouders hadden het water in hun whirlpools niet ontsmet of regelmatig ververst, terwijl zij op de hoogte moesten zijn van de gevaren van legionellabesmetting. De RIVM-rapporten wezen uit dat de whirlpools de meest waarschijnlijke bron van besmetting waren. De rechtbank stelde vast dat de standhouders onrechtmatig hebben gehandeld jegens de legionella-slachtoffers.
De vordering van de Consumentenbond werd daarom gedeeltelijk toegewezen tegen de standhouders, die ook in de kosten van het geding werden veroordeeld. De vorderingen tegen de Staat en de Flora werden afgewezen. De uitspraak biedt een belangrijke precedent voor aansprakelijkheid bij gezondheidsrisico's op evenementen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart dat de standhouders onrechtmatig hebben gehandeld jegens legionella-slachtoffers en wijst de vorderingen tegen de Flora en de Staat af.