ECLI:NL:GHAMS:2007:BB6504
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor legionellabesmetting door onveilige whirlpools op consumentenbeurs
Deze civiele zaak betreft de aansprakelijkheid voor legionellabesmetting tijdens de 66e Westfriese Flora in 1999, waarbij bezoekers besmet raakten door bacteriegroei in whirlpools van standhouders. De rechtbank stelde standhouders [standhouder 1] en [standhouder 2] aansprakelijk wegens het niet treffen van eenvoudige veiligheidsmaatregelen zoals desinfectie en waterverversing. De Staat en Flora werden niet aansprakelijk gehouden vanwege het ontbreken van wettelijke normen en onvoldoende kennis van het specifieke risico.
In hoger beroep bevestigde het hof dat standhouders onrechtmatig handelden door het niet naleven van een ongeschreven veiligheidsnorm die voorziet in het voorkomen van bacteriegroei en gezondheidsrisico’s. Standhouders behoorden bekend te zijn met de noodzaak van chloor- of ozongebruik. De Staat was op de hoogte van algemene risico’s van whirlpools maar niet van het concrete gevaar van tentoongestelde whirlpools, en had geen wettelijke bevoegdheid om regels te stellen. Flora kon niet aansprakelijk worden gesteld wegens gebrek aan kennis en toezichtplicht.
Het hof oordeelde dat Consumentenbond ontvankelijk is in haar subsidiaire vordering tot vaststelling van onrechtmatig handelen jegens de besmette bezoekers, maar de primaire vordering tot hoofdelijke aansprakelijkheid voor alle schade werd afgewezen wegens onvoldoende bundelbaarheid van individuele belangen. Het causaal verband tussen nalatigheid van standhouders en legionellabesmetting werd erkend, en toepassing van de omkeringsregel werd bevestigd voor individuele procedures.
Uitkomst: Standhouders zijn aansprakelijk wegens nalaten veiligheidsmaatregelen; vorderingen tegen Staat en Flora worden afgewezen.