ECLI:NL:RBALK:2004:AZ3699
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vrijstelling parkeerterrein wegens onjuiste toepassing WRO en Bro
De gemeente Andijk had vrijstelling verleend voor de uitbreiding van een parkeerterrein op grond van artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) in samenhang met artikel 20, eerste lid, onder e, van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 (Bro). Eisers, bewoners nabij het terrein, maakten bezwaar tegen dit besluit en stelden beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank stelde vast dat de vrijstelling alleen kan worden verleend voor gebruik van opstallen, terwijl het hier ging om onbebouwde grond. De rechtbank volgde het verweer van eisers dat het parkeerterrein geen opstal is zoals bedoeld in het Bro en verwees naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ter onderbouwing.
Daarom oordeelde de rechtbank dat de gemeente ten onrechte vrijstelling had verleend en vernietigde het besluit. De rechtbank veroordeelde de gemeente tot vergoeding van de proceskosten van eisers en het griffierecht. De rechtbank wees erop dat de gemeente een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De rechtbank achtte de bezwaren van eisers tegen de uitbreiding op zichzelf niet voldoende om vrijstelling te weigeren, maar benadrukte dat de wettelijke grondslag voor de verleende vrijstelling ontbrak. De uitspraak biedt duidelijkheid over de toepassing van de WRO en het Bro bij gebruik van onbebouwde gronden als parkeerterrein.
Uitkomst: Het besluit tot vrijstelling voor uitbreiding van het parkeerterrein wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van de WRO en het Bro.