ECLI:NL:RBALK:2005:AU3501
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.J. van de Sande
- Rechtspraak.nl
Nietigheid effectenleaseovereenkomst wegens ontbreken toestemming echtgenote
Gedaagde sloot op 28 juni 2000 een effectenleaseovereenkomst af met Dexia. De echtgenote van gedaagde heeft bij brief van 9 juli 2004 buitengerechtelijk een beroep gedaan op artikel 1:88 BW Pro wegens het ontbreken van haar schriftelijke toestemming voor de overeenkomst. Dexia vorderde betaling van een restantbedrag uit hoofde van de overeenkomst, maar stelde zich ook voorwaardelijk op het standpunt van toepassing van artikel 6:278 BW Pro.
De kantonrechter oordeelde dat de effectenleaseovereenkomst kwalificeert als huurkoopovereenkomst en dat het beroep op vernietiging door de echtgenote rechtsgeldig en tijdig was. Dexia kon zich niet op het standpunt stellen dat gedaagde zich niet op vernietiging kon beroepen. Het bewijs dat de echtgenote schriftelijk toestemming had gegeven, ontbrak. Het voorwaardelijke beroep van Dexia op artikel 6:278 BW Pro werd verworpen omdat dit niet strookt met de bescherming die de wetgever beoogt voor de echtgenoot.
De vordering van Dexia werd daarom afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt de beschermingsfunctie van artikel 1:88 BW Pro bij overeenkomsten die zonder schriftelijke toestemming van de echtgenoot zijn gesloten.
Uitkomst: De vordering van Dexia wordt afgewezen wegens rechtsgeldige vernietiging van de effectenleaseovereenkomst door de echtgenote van gedaagde.