ECLI:NL:RBSGR:2004:AR8788
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging effectenlease-overeenkomsten wegens ontbreken schriftelijke toestemming echtgenote
In deze civiele zaak stond de geldigheid van twee effectenlease-overeenkomsten centraal, gesloten tussen gedaagde en de rechtsvoorganger van Dexia Bank Nederland N.V. De echtgenote van gedaagde had buitengerechtelijk de overeenkomsten vernietigd wegens het ontbreken van haar schriftelijke toestemming, zoals vereist op grond van artikel 1:88 lid 3 BW Pro in verbinding met artikel 7A:1576i BW.
Dexia vorderde betaling van openstaande bedragen uit hoofde van de overeenkomsten en betwistte het beroep op vernietiging, onder meer door te stellen dat de echtgenote van gedaagde geen partij was en dat het beroep op vernietiging was verjaard. De rechtbank oordeelde dat de schriftelijke toestemming ontbrak en dat de bevoegdheid tot vernietiging niet was verjaard, omdat de echtgenote niet eerder redelijkerwijs bekend kon zijn met de aard van de overeenkomsten als huurkoop.
De rechtbank verwierp het beroep van Dexia op artikel 6:278 BW Pro en andere verweren zoals dwaling en bedrog, omdat de wettelijke bescherming van de niet-handelende echtgenoot prevaleert. De vorderingen van Dexia werden afgewezen, terwijl de reconventionele vordering van gedaagde tot terugbetaling van onverschuldigde bedragen werd toegewezen. Dexia werd tevens veroordeeld tot het doorhalen van de BKR-registratie en tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de effectenlease-overeenkomsten wegens ontbreken van schriftelijke toestemming en veroordeelt Dexia tot terugbetaling van € 7.143,50 met rente.