ECLI:NL:RBALK:2006:AV0533
Rechtbank Alkmaar
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling voor verplaatsing woning met 2,5 meter richting de weg niet onrechtmatig
De zaak betreft een beroep van omwonenden tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van een gemeente, waarbij vrijstelling van het bestemmingsplan en een bouwvergunning voor de nieuwbouw van een woning werd verleend. De nieuw te bouwen woning wordt 2,5 meter naar voren verplaatst ten opzichte van de oude woning, waardoor de afstand tot de weg afneemt van 10 naar 7,5 meter, en de nokhoogte toeneemt met 4,20 meter.
Eisers voerden aan dat het bouwplan niet voorzien is van een goede ruimtelijke onderbouwing en dat de verplaatsing het stedenbouwkundig karakter van de straat aantast, met nadelige gevolgen voor lichttoetreding, privacy en woningwaarde. Verweerder stelde dat de vrijstelling planologisch verantwoord is en dat de belangen van de vergunninghouder zwaarder wegen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de ruimtelijke onderbouwing voldoende is en dat het bouwplan geen ingrijpende inbreuk maakt op het bestemmingsplan. De verspringing van de woningen blijft zichtbaar en de overige voorschriften worden gerespecteerd. De bezwaren van eisers zijn onvoldoende onderbouwd; de verplaatsing leidt niet tot reëel nadeel, vermindert zelfs de nabijheid tot de woningen van eisers en veroorzaakt geen waardedaling.
De vrees voor precedentwerking is ongegrond, mede omdat een nieuw bestemmingsplan de verplaatsing regelt. De voorzieningenrechter verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de verleende vrijstelling voor de verplaatsing van de woning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.