ECLI:NL:RBALK:2006:AZ7381
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. van der Perk
- A.J. Dondorp
- P. van Steijnen
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na drugstransporten naar Verenigd Koninkrijk
De rechtbank Alkmaar behandelde een vordering van het openbaar ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, die eerder was veroordeeld voor medeplegen van drugshandel. De procedure omvatte terechtzittingen op 13 november en 1 december 2006, waarbij veroordeelde aanvankelijk niet aanwezig was vanwege gezondheidsklachten, maar later wel zijn verklaring kon geven.
De rechtbank onderzocht de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, waarbij veroordeelde bezwaar maakte tegen de hoogte van het bedrag en stelde dat bepaalde inkomsten bedoeld waren voor een wietplantage. De rechtbank verwierp dit en hield rekening met gemaakte kosten bij verschillende drugstransporten in 2004, waaronder verblijf- en reiskosten, en paste een inkoopprijs van €32 per gram toe bij de winstberekening.
Daarnaast werd rekening gehouden met het feit dat een deel van het wederrechtelijk verkregen voordeel was geschonken aan de partner van veroordeelde, waarbij dit bedrag voor de helft aan veroordeelde werd toegerekend. Uiteindelijk stelde de rechtbank het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €32.927,71 en verplichtte veroordeelde tot betaling van dit bedrag aan de Staat.
De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en volgt op eerdere veroordelingen van veroordeelde tot gevangenisstraf wegens drugshandel. De rechtbank wees de vordering van het openbaar ministerie toe en wees het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €32.927,71 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.