ECLI:NL:HR:2003:AF9695
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel ondanks schenking
De betrokkene werd door het gerechtshof veroordeeld tot betaling van een bedrag van €34.033,52 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op €69.428,37. De betrokkene had een bedrag van fl. 100.000 geschonken aan een vriend, die op zijn beurt mogelijk ook een ontnemingsprocedure onderging.
De betrokkene stelde in cassatie dat het hof ten onrechte geen rekening had gehouden met deze schenking bij de bepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel, omdat anders hetzelfde bedrag dubbel zou worden geïnd. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat het niet noodzakelijk was om de schatting van het voordeel te verminderen met het geschonken bedrag.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de ontnemingsverplichting van de betrokkene. Er was geen grond voor ambtshalve vernietiging van het hofarrest.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsverplichting van €34.033,52 blijft in stand.