ECLI:NL:RBALK:2007:BD0118
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geldvordering en boedelbeschrijving bij testamentaire verdeling en huwelijksvoorwaarden
Op 19 februari 1999 overleed de erflaatster, die buiten gemeenschap van goederen gehuwd was met de verweerder. Uit haar testament van 5 juni 1989 werden haar echtgenoot en twee kinderen benoemd tot erfgenamen. De erfgenamen hebben de nalatenschap aanvaard maar konden geen overeenstemming bereiken over de boedelbeschrijving en waardering van activa.
Verzoeker stelde dat verweerder niet voldeed aan de huwelijksvoorwaarden inzake de verrekening van onverteerde inkomsten en dat hij medewerking weigerde. Tevens was in geschil of een spaarhypotheekschuld als schuld van de nalatenschap moest worden beschouwd. De kantonrechter oordeelde dat artikel 4:15 BW Pro ook op deze testamentaire verdeling van toepassing is en dat hij bevoegd is tot vaststelling van de geldvordering.
De kantonrechter wees het verzoek tot afgifte van roerende zaken af wegens onbevoegdheid en stelde de geldvordering van elk van de verzoekers op verweerder vast op €4.803,- per datum overlijden erflaatster. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij partijen ieder hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: De geldvordering van de erfgenamen op de langstlevende echtgenoot wordt vastgesteld op €4.803,- per persoon, terwijl het verzoek tot afgifte van roerende zaken wordt afgewezen.