ECLI:NL:RBALK:2009:BJ8576
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WAO-uitkering en overschrijding redelijke termijn met schadevergoeding
Eiser verzocht om een WAO-uitkering met ingang van 27 januari 2004, welke door verweerder werd geweigerd omdat eiser minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank in 2005 het eerdere besluit wegens onvoldoende motivering. Verweerder stelde een nieuw besluit waarbij de uitkering opnieuw werd geweigerd, gebaseerd op functies die eiser nog zou kunnen verrichten. Eiser betwistte dit en stelde dat hij voor 50% geschikt zou zijn, en dat verweerder ten onrechte is overgegaan tot terugvordering van onverschuldigde uitkering.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom de geselecteerde functies geschikt zijn voor eiser en dat de weigering van de WAO-uitkering terecht was. Het bezwaar tegen de terugvordering werd niet behandeld omdat eiser hiertegen geen bezwaar had gemaakt, waardoor dit besluit onherroepelijk is. Tevens werd vastgesteld dat de procedure te lang heeft geduurd, waarbij de overschrijding van de redelijke termijn volledig aan verweerder kan worden toegerekend. Daarom werd een immateriële schadevergoeding van €1.500 toegekend.
Het beroep tegen het besluit van 4 april 2008 werd niet-ontvankelijk verklaard voor zover het betrekking had op het bezwaar tegen het besluit van 29 januari 2008, en ongegrond verklaard voor het bezwaar tegen het besluit van 22 januari 2008. De rechtbank bepaalde dat verweerder het griffierecht aan eiser moest vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep grotendeels af, bevestigt de weigering van de WAO-uitkering, en kent een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.