ECLI:NL:RBALK:2010:BM6032
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Zijp
- E.J. van der Molen
- M. Kraefft
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kinderrechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kinderrechter die meerdere negatieve beslissingen had genomen met betrekking tot de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van haar minderjarige kinderen. Zij betoogde dat de rechter onpartijdig was vanwege eerdere negatieve uitspraken, contacten met Bureau Jeugdzorg en een kinderrechter op Curaçao, en vermeende druk om schuld te erkennen.
De rechtbank overweegt dat negatieve uitspraken op zichzelf geen wrakingsgrond vormen zonder aanvullende omstandigheden. De contacten van de rechter met BJZ en de Raad voor de Kinderbescherming zijn gebruikelijk binnen de werkwijze van de kinderrechter en rechtvaardigen geen verdenking van partijdigheid. Ook het contact met de kinderrechter op Curaçao betrof slechts het doorgeven van een mondelinge beslissing en niet de uitvoering daarvan.
De rechter verklaarde geen uitspraak te doen over schuld in strafzaken, wat niet onzorgvuldig is. De wrakingskamer concludeert dat er geen uitzonderlijke omstandigheden zijn die wijzen op subjectieve vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees voor onpartijdigheid.
Daarom wordt het wrakingsverzoek afgewezen en wordt de onderliggende zaak voortgezet onder leiding van de voorzitter van de sector civiel van de rechtbank.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kinderrechter wordt afgewezen en de zaak wordt voortgezet onder leiding van de voorzitter van de sector civiel.