ECLI:NL:RBALK:2011:BP3161
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging terbeschikkingstelling wegens voldoende civielrechtelijke zorg
Betrokkene is een verstandelijk beperkte man met een pervasieve ontwikkelingsstoornis en pedofilie, die sinds 2003 onder een TBS-maatregel met dwangverpleging valt vanwege ernstige delicten. De rechtbank heeft meerdere rapporten en adviezen van deskundigen bestudeerd, waaronder die van de kliniek en onafhankelijke gedragsdeskundigen, die uiteenlopende standpunten innemen over de noodzaak van verlenging van de TBS.
De kliniek adviseert verlenging van de TBS-maatregel vanwege het hoge recidiverisico en de noodzaak van een sterk gestructureerde en gecontroleerde omgeving. De onafhankelijke gedragsdeskundigen adviseren beëindiging van de TBS, mits een rechterlijke machtiging in het kader van de BOPZ wordt afgegeven, omdat ook binnen dit civielrechtelijke kader adequate zorg en structuur kunnen worden geboden zonder onaanvaardbare veiligheidsrisico's.
Tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene gebaat is bij een intensieve begeleiding binnen een specialistische voorziening, die ook civielrechtelijk kan worden gewaarborgd. De rechtbank acht het bezwaar van de kliniek tegen een civielrechtelijke maatregel theoretisch en niet onderbouwd door eerdere ervaringen. Gelet op de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit concludeert de rechtbank dat verlenging van de TBS-maatregel niet langer noodzakelijk is en dat voortzetting van zorg binnen het BOPZ-kader toereikend is.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de TBS-maatregel af omdat de noodzakelijke zorg ook binnen een civielrechtelijke maatregel kan worden geboden.