ECLI:NL:RBALK:2011:BW0361
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot benoeming bijzondere curator voor minderjarige afgewezen wegens ontbreken formele rechtsingang
Een minderjarig kind verzocht de rechtbank om een bijzondere curator te benoemen, zodat deze namens hem een verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding tegen de moeder kon indienen. De minderjarige woont bij zijn vader, die de verzorgingskosten volledig betaalt, terwijl de moeder niet bijdraagt. De minderjarige wilde dat de moeder haar onderhoudsverplichtingen nakomt.
De rechtbank beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 1:250 BW Pro, dat bepaalt dat een bijzondere curator kan worden benoemd indien belangen van gezaghebbende ouders in strijd zijn met die van de minderjarige. Uit de wet en jurisprudentie volgt dat minderjarigen in en buiten rechte worden vertegenwoordigd door hun ouders of wettelijke vertegenwoordigers en dat zij zelf geen formele rechtsingang hebben.
De rechtbank concludeerde dat de minderjarige in dit geval geen formele rechtsingang heeft en dient te worden vertegenwoordigd door zijn ouders. Daarom werd hij niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot benoeming van een bijzondere curator. De beschikking werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Alkmaar op 21 december 2011.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de minderjarige niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot benoeming van een bijzondere curator.