ECLI:NL:RBALK:2012:BX1003
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Benoeming tijdelijk voogd over minderjarige zonder verblijfsvergunning
De rechtbank Alkmaar behandelde het verzoek van een man om benoemd te worden tot tijdelijk voogd over een minderjarige uit Thailand die sinds 2002 zonder verblijfsvergunning in Nederland verblijft. De moeder, die het eenhoofdig gezag heeft, verblijft sinds 2006 niet meer in Nederland en oefent het gezag feitelijk niet uit. De biologische vader is afwezig.
De man, als eerste stiefvader en constante factor in het leven van het kind, heeft altijd een omgangsregeling gehad en wordt door het kind als vader beschouwd. Na een traumatische uithuisplaatsing en verblijf bij een pleeggezin, woont het kind nu weer bij de man. De Raad voor de Kinderbescherming en andere betrokkenen, waaronder de moeder en een belanghebbende die het gezag feitelijk uitoefent, stemmen in met het verzoek.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 1:253r BW het gezag over het kind sinds 2006 feitelijk niet wordt uitgeoefend door de moeder, waardoor het verzoek tot tijdelijke voogdij toewijsbaar is. Het belang van het kind staat voorop, waarbij de man de voogdij krijgt om essentiële zaken zoals de verblijfsvergunning te regelen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek toe en benoemt de man tot tijdelijk voogd over de minderjarige.