ECLI:NL:RBALK:2012:BY1652

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
27 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
140569 / HA RK 12-61
Instantie
Rechtbank Alkmaar
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 7:685 lid 9 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking kantonrechter na einduitspraken in arbeidsrechtelijke procedures buiten behandeling gesteld

Verzoekster, een loodgietersbedrijf, heeft via haar gemachtigde een verzoek tot wraking ingediend tegen de kantonrechter die de einduitspraken had gedaan in twee arbeidsrechtelijke procedures: een kort geding en een ontbindingszaak. De wrakingskamer oordeelt dat een wrakingsverzoek alleen kan worden ingediend vóór de einduitspraak. Omdat de rechter reeds onherroepelijk had beslist, is het verzoek niet-ontvankelijk.

De wrakingskamer verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 18 december 1998, waarin dit principe is bevestigd. Hoewel verzoekster zich beroept op artikel 7:685 lid 9 BW Pro dat haar de mogelijkheid gaf het ontbindingsverzoek in te trekken tot en met 28 september 2012, verandert dit niets aan het feit dat de rechter niet meer bevoegd was de zaak te behandelen.

Het verzoek is schriftelijk ingediend na de einduitspraken van 21 september 2012. De wrakingskamer besluit daarom het verzoek buiten behandeling te stellen en geen mondelinge behandeling te plannen. De beslissing is genomen door de wrakingskamer van de Rechtbank Alkmaar op 27 september 2012.

Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de kantonrechter is buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR
Wrakingskamer
zaaknummer: 140569 / HA RK 12-61
Datum uitspraak: 27 september 2012
BESLISSING op het schriftelijk verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van:
Loodgietersbedrijf [NAAM VERZOEKSTER],
gevestigd en kantoorhoudende te Castricum,
hierna te noemen: verzoekster,
gemachtigde H.J.J. de Brouwer te Amsterdam.
1 PROCESVERLOOP
Bij brief van 24 september 2012 en bij aanvullend schrijven van 25 september 2012 heeft H.J.J. de Brouwer, als schriftelijk gemachtigde van verzoekster, een verzoek gedaan tot wraking van mr. [naam] (hierna te noemen: de rechter) als behandelend rechter in de bij deze rechtbank, sector kanton, aanhangig (geweest) zijnde zaken met zaaknummer 413799/KG EXPL 12-91 WD (kort geding) en 414220/OA VERZ 12-167 WD (beschikking).
De rechter heeft niet berust in de wraking en heeft het verzoek in handen gesteld van de griffier van de wrakingskamer, daartoe stellende dat hij niets heeft toe te voegen aan het reeds gewezen vonnis - dat vatbaar is voor hoger beroep - en de gegeven beschikking.
De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek.
2 BEOORDELING VAN HET VERZOEK
De gemachtigde van verzoekster heeft het verzoek tot wraking gedaan nadat de rechter in beide zaken had beslist. Het gaat hier om een arbeidsrechtelijk geschil. In dat geschil heeft de rechter bij vonnis van 21 september 2012 en bij beschikking van dezelfde datum einduitspraak gedaan. Het vonnis in kort geding is vatbaar voor hoger beroep. Tegen de ontbindingsbeslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Naar het oordeel van de wrakingskamer dient het verzoek wegens kennelijke
niet-ontvankelijkheid buiten behandeling te worden gesteld. Immers, een wrakingsverzoek kan worden ingediend in elke stand van het geding, mits vóór de einduitspraak. De rechtbank verwijst hiertoe naar het arrest van de Hoge Raad van 18 december 1998, gepubliceerd in NJ 1999, 271.
De gemachtigde heeft een beroep gedaan op het feit dat verzoekster op grond van het bepaalde in artikel 7: 685 lid 9 BW tot en met 28 september 2012 in de gelegenheid is gesteld om het door haar gedane ontbindingsverzoek in te trekken.
Dit doet echter niet af aan het karakter van de einduitspraak. Uit de beschikking blijkt immers dat reeds onherroepelijk is beslist, zowel voor het geval van intrekking van het verzoek als voor het andere geval. De rechter is derhalve niet meer met de behandeling van die zaak belast.
Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1. in samenhang met paragraaf 4.4. van het wrakingsprotocol van deze rechtbank - op internet te vinden op de website van deze rechtbank onder: www.rechtspraak.nl/Organisatie/Rechtbanken/Alkmaar/Regels en procedures - zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking buiten behandeling stellen.
3 BESLISSING
De rechtbank:
- stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling;
Deze beslissing is gegeven door mr. P.H.B. Littooy, voorzitter, mr. M. Zijp en mr.
L.J. Saarloos, leden van de wrakingskamer, en uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. N.J. Ros, griffier, ter openbare terechtzitting van 27 september 2012.