ECLI:NL:RBALM:1999:AA3672
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.G. Rottier
- R.J. Jue
- G. Dam
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde premies wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur
Eiser was bestuurder van X B.V., dat failliet ging met onbetaalde premies. Verweerder stelde eiser hoofdelijk aansprakelijk op grond van artikel 16d CSV wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur, onder meer gebaseerd op vermeende misleiding en leidinggeven aan een criminele organisatie.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat de aansprakelijkheid onterecht was. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd welke concrete gedragingen kennelijk onbehoorlijk waren en welk causaal verband bestond met de premieschuld. Ook was de invorderingsaanmaning onvoldoende inhoudelijk heroverwogen.
Daarom verklaarde de rechtbank beide beroepen gegrond, vernietigde de bestreden besluiten en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De rechtbank bevestigde de uitleg van artikel 16d lid 3 CSV dat onbehoorlijk bestuur ook na melding betalingsonmacht kan worden toegerekend aan de bestuurder.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten tot hoofdelijke aansprakelijkheid wegens onvoldoende motivering en onjuiste invorderingsbesluiten.