ECLI:NL:RBALM:2001:AB0887
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Stoové
- Koopmans
- Roelvink
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot 6 jaar gevangenisstraf en TBS wegens ernstige zedenmisdrijven tegen kinderen
De rechtbank Almelo heeft op 5 april 2001 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte wegens ernstige zedenmisdrijven gepleegd in de periode 1996-1999 in Enschede. Verdachte werd onder meer verweten verkrachting en ontuchtige handelingen te hebben gepleegd jegens meerdere minderjarige slachtoffers, waaronder zijn eigen dochter. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte meerdere feiten had gepleegd, maar sprak hem vrij van enkele tenlastegelegde feiten wegens gebrek aan bewijs.
Tijdens het onderzoek werden deskundigen van het Pieter Baan Centrum gehoord, die een persoonlijkheidsstoornis met narcistische, theatrale en paranoïde trekken bij verdachte vaststelden. Verdachte vertoonde een ontkennende houding en er was sprake van een verhoogd recidivegevaar, mede door zijn agressieregulatieproblemen en zelfdramatisering. De rechtbank nam het deskundigenadvies over en achtte een langdurige gevangenisstraf gecombineerd met terbeschikkingstelling met dwangverpleging passend.
De rechtbank wees tevens schadevergoedingen toe aan meerdere benadeelde partijen, waarbij sommige vorderingen slechts deels werden toegewezen wegens onvoldoende bewijs of complexiteit. Voor bepaalde vorderingen werd niet-ontvankelijkheid uitgesproken, met het advies deze bij de burgerlijke rechter aan te brengen. De opgelegde straf bedroeg zes jaar gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, en TBS met dwangverpleging.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging wegens ernstige zedenmisdrijven tegen minderjarige slachtoffers.