ECLI:NL:RBALM:2001:AD3265
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Breitbarth
- Rechtspraak.nl
Verbod en ontbinding Vereniging van Enschedese Cannabisconsumenten wegens strijd met openbare orde
De rechtbank Almelo behandelde op 6 augustus 2001 de vordering van de officier van justitie tot verboden verklaring en ontbinding van de Vereniging van Enschedese Cannabisconsumenten (VEC). De vordering is gebaseerd op artikel 2:20 lid 1 BW Pro, dat stelt dat een rechtspersoon die in strijd met de openbare orde handelt, verboden en ontbonden kan worden.
De rechtbank overwoog dat het drugsbeleid van de Twentse gemeenten, inclusief Enschede, een zelfstandige vorm van openbare orde is, gericht op regulering van softdrugsverstrekking via coffeeshops met gedoogbeschikking. De VEC verrichtte activiteiten die deels niet in overeenstemming waren met dit beleid, met name het verkrijgen en verstrekken van cannabisproducten zonder gedoogbeschikking.
Hoewel enkele doelen van de VEC, zoals belangenbehartiging en lobbyen, niet strijdig zijn met de openbare orde, oordeelde de rechtbank dat het verstrekken van cannabis zonder vergunning wel strijdig is. Het verweer van de VEC dat de hoeveelheden softdrugs toebehoren aan leden en niet aan de vereniging, werd verworpen. De rechtbank besloot de VEC te verbieden en te ontbinden, en benoemde een externe vereffenaar vanwege het financiële beheer en gebrek aan juridische kennis binnen de vereniging.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de Vereniging van Enschedese Cannabisconsumenten verboden en ontbindt deze wegens strijd met de openbare orde.