Conclusie
chapter) of van de continentale organisatie (in Europa, Australië of Azië) (rov. 4.11). Niet is gebleken dat er een wereldwijd, internationaal handboek met regels voor de Bandidos bestaat, of dat de regels in de afzonderlijke handboeken voor de Bandidos in Europa, in Australië en in Azië zijn opgelegd vanuit een overkoepelende wereldwijde organisatie. In Europa is er een eigen president en andere bestuursleden, bestaat een kantoor en worden contributies geïnd van lokale chapters binnen de regio, die aanwijzingen krijgen vanuit BMC Europe. De uitgifte van clubkleding, logo’s en onderscheidingstekens wordt in Europa op Europees niveau gecoördineerd. Dit alles zijn aanwijzingen dat BMC Europe een zelfstandige Europese organisatie is en de Bandidos-motorclubs lokaal en per werelddeel zijn georganiseerd (rov. 4.12). Dat leden van motorclubs over de gehele wereld onder de naam Bandidos dezelfde kleding en kleuren dragen, dezelfde slogans gebruiken, zichzelf als wereldwijde motorclub omschrijven en als eenheid naar buiten optreden, is onvoldoende om BMC Internationaal als corporatie aan te merken (rov. 4.13). In de wetsgeschiedenis van art. 10:122 BW Pro in samenhang met die van art. 2:20 BW Pro is geen aanwijzing te vinden dat voor het aannemen van het bestaan van een buitenlandse corporatie als bedoeld in art. 10:122 BW Pro voldoende is dat sprake is van tussen zelfstandige organisaties gemaakte afspraken of afgestemde feitelijke gedragingen, zoals de rechtbank in rov. 3.9 van de beschikking van 20 december 2017 heeft overwogen. Met het begrip ‘corporatie’ in art. 10:122 BW Pro is aangesloten bij de definitie van dat begrip in art. 10:117 BW Pro. De samengaande groep moet zich als een zelfstandig subject van rechten vertonen en door het recht als eenheid worden behandeld (rov. 4.14).
2.Inleidende beschouwingen
charters(de plaatselijke afdelingen) in Nederland onderdeel uitmaken. De rechtbank heeft deze verzoeken toegewezen en overwogen:
Satudarahen
No Surrenderontbreekt bijvoorbeeld de internationale component op grond van art. 10:122 BW Pro.
Bandidos-zaak enige gelijkenis vertoont met de wijze waarop in Duitsland in 2015 de
ausländische Verein Satudurah Maluku MC, die in het Nederlandse Moordrecht is opgericht, alsmede zeven plaatselijke
Teilorganisationenzijn verboden. [26] Dit verbod heeft in beroep bij het Bundesverwaltungsgericht standgehouden. [27] Dit is in Duitsland het eerste integrale verbod, waarbij deze
ausländische Verein [28] en al haar Duitse
chaptersverboden zijn verklaard en ontbonden. [29] Anders dan Satudarah is Bandidos in Duitsland niet integraal verboden, maar zijn wel enkele Bandidos-
chaptersverboden verklaard. [30] In een strafrechtelijke procedure heeft het Bundesgerichtshof overwogen dat de Bandidos als een
wereldwijdeorganisatie moet worden beschouwd. [31]
3.Bespreking van het cassatiemiddel
bedoelinghebben gehad een vereniging op te richten. Als een partij zich te gemakkelijk zou kunnen beroepen op het bestaan van een informele vereniging, zou dat tot chicaneuze procespraktijken kunnen leiden. [56] Het moet gaan om de
geobjectiveerdebedoeling van de oprichters van de vereniging die moet worden afgeleid uit de feiten en omstandigheden, waarbij met name wordt gelet op de hierboven genoemde criteria onder (i)-(iii). [57] Het naar buiten optreden als zelfstandige eenheid is niet voldoende om een informele vereniging aan te nemen. Dat is één van de vereisten voor een informele vereniging. De interne organisatie moet ook op het bestaan van een vereniging duiden. Dat wordt tot uiting gebracht met de vereisten geformuleerd achter (i) en (ii). In de literatuur wordt het treffend als volgt verwoord:
nietvoldoende dat er slechts sprake is van het in het maatschappelijk verkeer optreden als een zelfstandige eenheid. Alvorens van een dergelijke vormvrije oprichting kan worden gesproken, dient naar ons oordeel bovendien sprake te zijn van een interne, de essentialia van de vereniging weerspiegelende organisatie die werkzaam is ter realisering van een bepaald doel. Indien aan deze vereisten is voldaan kan genoegzaam worden geconcludeerd tot de oprichting van een vereniging op de voet van art. 2:26 lid 2 jo Pro. art. 3:37 en Pro 3:59 BW, ook al kan het exacte moment van oprichting wellicht niet met zekerheid worden bepaald’. [58]
vooralsnogniet nodig’ (mijn curs., A-G). [62]
Een opgelegd bestuurlijk verbod geldt ook voor onzelfstandige deelorganisaties, die onderdeel zijn van de verboden organisatie. Of een organisatie moet worden aangemerkt als een deelorganisatie, is afhankelijk van de mate van verwevenheid tussen de deel- en moederorganisatie. In de Satudarah-zaak werden bijvoorbeeld twee zgn. «support clubs» aangemerkt als deelorganisatie en mede betrokken in het verbod. Als een organisatie voldoet aan de voorwaarden voor toepassing van het bestuurlijk verbod maar niet kan worden aangemerkt als een deelorganisatie, dan kan jegens haar uiteraard een zelfstandig bestuurlijk verbod worden opgelegd’. [74]
Bandidos-beschikking - dat het
Holland Regels” opgesteld die kennelijk ook gelden voor (de leden van) andere Nederlandse chapters. De stelling van BMC Sittard dat deze regels zijn opgesteld op het moment dat BMC Sittard het enige chapter in Nederland was en dus alleen gelden voor BMC Sittard, volgt de rechtbank niet. In de “
Holland Regels” staat immers onder meer: “
Alle aanmeldingen lopen over Chapter sittard. Als we iets laten maken van bandidos holland voor een anniversary of soortgelijke feesten wordt dat gedeeld door de chapters holland’. [80]
Satudarah-zaak ook lijkt uit te gaan van een informele afdeling met ‘onzelfstandige onderdelen’ (afdelingen) bestaande uit chapters en (twee) support clubs. [82]
in good standingof
in bad standingde vereniging mag verlaten. Het OM heeft dat met een voldoende mate van zekerheid aannemelijk gemaakt met zijn bijlagen 2.6, 12 en 37. Het hof leidt daaruit af dat het bestuur van BMC Holland ( [betrokkene 4] in het bijzonder) ook zeggenschap heeft over de beëindiging van leden van de lokale chapters
in good standingof
in bad standing. Het OM heeft (met genoemde bijlagen) ook voldoende aannemelijk gemaakt dat Bandidos-leden die in bad standing de vereniging verlaten, te maken (kunnen) krijgen met geldboetes en met geweld of dreiging met geweld tegen hen door Bandidos-leden. Zo hebben Bandidos-leden in november 2014 in het clubhuis een Bandidos-lid (hangaround) van BMC Alkmaar, die
in bad standingBMC Alkmaar heeft verlaten, mishandeld, onder andere met een ijzeren staaf, afgeperst en met de dood bedreigt. Daarbij heeft het lid zich zo bedreigd gevoeld dat hij een afspraak maakt om afscheid te nemen van zijn kinderen. Dat volgt uit afgeluisterde gesprekken (zie de bijlage 12 van het OM) en BMC Europe en BMC Sittard hebben dat niet (voldoende) tegengesproken’.
geeneigen rechtspersoonlijkheid bezitten, vallen deze chapters onder de reikwijdte van de verbodenverklaring op grond van art. 2:20 lid 1 BW Pro.
subonderdelen B3 en B4zijn voorgesteld voor het geval de beschikking van het hof zo gelezen moet worden dat het hof ervan uitgaat dat de chapters géén afdelingen zijn van BMC Holland. Gelet op het slagen van subonderdeel B2 behoeven de subonderdelen B3 en B4 geen bespreking.
werkingvan een uitspraak in het geval dat een rechtsmiddel is ingesteld, maar slechts op de mogelijkheid van
tenuitvoerleggingvan die uitspraak.