ECLI:NL:RBALM:2004:AO7415
Rechtbank Almelo
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bouwvergunning tandartsenpraktijk wegens onjuiste toepassing vrijstellingsregels
De rechtbank Almelo behandelde het beroep tegen het besluit van 27 januari 2004 waarbij een bouwvergunning was verleend voor een tandartsenpraktijkruimte op een perceel met woonbestemming. Verzoekers stelden dat de vergunning onrechtmatig was verleend omdat de vrijstelling op grond van artikel 19 lid 3 WRO Pro en artikel 20 Bro Pro onjuist was toegepast. De vergunninghouder wilde een praktijkruimte bouwen die de maximale oppervlakte van bijgebouwen overschreed en niet voldeed aan de planvoorschriften.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de praktijkruimte niet als bijgebouw maar als een 'ander gebouw' moest worden aangemerkt volgens artikel 20 Bro Pro. De vrijstelling voor een dergelijk ander gebouw mocht echter niet cumulatief worden toegepast naast de vrijstelling voor het woongebouw, omdat dit de grenzen van de wet overschrijdt. De rechtbank stelde dat de vergunning onrechtmatig was verleend en vernietigde het besluit.
Daarnaast wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding toe aan verzoekers, waarbij de gemeente Hengelo werd veroordeeld tot betaling van de kosten en griffierechten. De bouwvergunning werd geschorst tot zes weken na het nemen van een nieuw besluit op bezwaar. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen werd niet-ontvankelijk verklaard omdat inmiddels een beslissing was genomen.
De uitspraak benadrukt het belang van een strikte uitleg van vrijstellingsmogelijkheden in het ruimtelijk bestuursrecht en de noodzaak dat bestuursorganen zorgvuldig omgaan met cumulatieve vrijstellingen om rechtszekerheid en planologische waarborgen te waarborgen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de bouwvergunning wegens onjuiste toepassing van vrijstellingsregels en wijst proceskosten toe aan verzoekers.