ECLI:NL:RBALM:2004:AQ6857
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing gezamenlijk ouderlijk gezag bij gebrekkige verstandhouding ouders
De vader verzocht de rechtbank Almelo om hem samen met de moeder te belasten met het ouderlijk gezag over hun minderjarige kind [X]. De ouders hadden een relatie gehad waaruit het kind is geboren, en de vader had het kind erkend. Na het beëindigen van de relatie in 2000 waren er procedures over alimentatie en omgangsregeling, waarbij de omgangsregeling sinds januari 2004 werd uitgevoerd.
De moeder verzette zich tegen het verzoek van de vader. De Raad was aanvankelijk van mening dat gezamenlijk gezag bij niet-gehuwden alleen bij gezamenlijk verzoek kon worden vastgesteld, maar oordeelde dat artikel 1:252 lid 1 BW Pro in strijd is met artikel 8 EVRM Pro en daarom buiten toepassing blijft. Hierdoor kon de vader zelfstandig verzoeken om gezamenlijk gezag.
De kantonrechter overwoog dat het gezag in beginsel gezamenlijk wordt uitgeoefend, tenzij het belang van het kind anders vereist. In dit geval was er sprake van eenhoofdig gezag bij de moeder en een langdurige slechte verstandhouding tussen de ouders. De rechter oordeelde dat gezamenlijk gezag de strijd tussen ouders zou bestendigen en het belang van het kind niet zou dienen.
De vader had aangegeven dat gezamenlijk gezag belangrijk was voor calamiteiten, maar de rechter wees op alternatieve wegen voor beslissingen bij afwezigheid van de moeder. De moeder hield de vader op de hoogte van belangrijke ontwikkelingen en de vader kon informatie bij de school inwinnen. Het verzoek tot gezamenlijk gezag werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek van de vader om gezamenlijk ouderlijk gezag te verkrijgen is afgewezen vanwege de slechte verstandhouding tussen de ouders.