ECLI:NL:RBALM:2005:AS3844
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.E. van Wees
- A.M.S. Kuipers
- R.J. Jue
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering schatting arbeidsongeschiktheid
Eiseres, een schoonmaakster met rugklachten en een WAO-uitkering sinds 1998, kreeg deze uitkering in 2003 ingetrokken omdat zij volgens het UWV minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank beoordeelde of het besluit juridisch standhield. De medische beoordeling was gebaseerd op een rapport van een medewerker verzekeringsarts onder supervisie van een verzekeringsarts, waarbij de rechtbank oordeelde dat dit niet per definitie onzorgvuldig was. Wel vond de rechtbank dat het beoordelingsgesprek door een verzekeringsarts zelf belangrijk is, vooral bij psychische klachten, maar in dit geval was de primaire beoordeling voldoende zorgvuldig.
De bezwaarprocedure faalde echter in het adequaat onderzoeken van psychische klachten die eiseres tijdens de hoorzitting aanvoerde, zoals een depressie en zelfmoordpoging. Verweerder had hierop moeten doorvragen en nader onderzoek moeten instellen. Daarnaast was de arbeidskundige onderbouwing op basis van het CBBS-systeem onvoldoende gemotiveerd en ontbrak een transponeringstabel die de beperkingen en functiebelasting inzichtelijk maakt. Ook ontbrak een verslag van overleg tussen arbeidsdeskundige en verzekeringsarts, waardoor niet kon worden vastgesteld of functies met overschrijdingen van beperkingen onterecht waren goedgekeurd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en gebrekkige onderbouwing.