ECLI:NL:RBALM:2005:AU6553
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen dienstbetrekking tussen tandarts en waarnemers in sociale verzekeringszaken
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiser het besluit van het UWV waarin correctienota's zijn opgelegd voor premies sociale verzekeringswetten over de jaren 1999 tot en met 2002 voor waarnemers zonder zelfstandigheidsverklaring in zijn tandartspraktijk.
Verweerder stelde dat de waarnemers feitelijk als werknemers moesten worden beschouwd vanwege een gezagsverhouding, persoonlijke arbeidsverrichting en loonbetaling, mede omdat zij structureel op vaste dagen werkzaam waren en gebruikmaakten van praktijkmiddelen. Eiser voerde aan dat de waarnemers zelfstandigen waren, vrij waren in hun werkzaamheden, zich niet hoefden te verantwoorden en dat vervanging door andere beroepsgenoten mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de waarnemers geen dienstbetrekking hadden, omdat onvoldoende bewijs was voor een gezagsverhouding en persoonlijke arbeidsverrichting. De zelfstandigheidsverklaringen waren geldig volgens het toenmalige Convenant en de modelovereenkomst van de NMT was niet van toepassing. Het besluit van verweerder werd vernietigd wegens strijd met de Awb, en verweerder werd opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens het ontbreken van een dienstbetrekking tussen eiser en waarnemers.