ECLI:NL:RBALM:2005:AU8884
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.L.J. Koopmans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging premieplichtbesluiten wegens strijd met verbod van willekeur bij zzp’ers in bouwsector
Na een boekenonderzoek concludeerde het UWV dat eisers ten onrechte geen premies hadden afgedragen over loonbestanddelen. De rechtbank had eerder de besluiten deels gegrond verklaard vanwege een ongerechtvaardigd verschil in behandeling tussen het GAK en het Sociaal Fonds Bouwnijverheid (SFB), beide rechtsvoorgangers van het UWV.
In hoger beroep stelde het UWV dat verzekeringsplicht van rechtswege ontstaat bij een privaatrechtelijke dienstbetrekking en dat zelfstandigheid niet relevant is. De Centrale Raad van Beroep vernietigde de eerdere uitspraken en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke beoordeling.
De rechtbank stelde vast dat het SFB en het GAK feitelijk verschillende maatstaven hanteerden bij de beoordeling van verzekeringsplicht van vergelijkbare zzp’ers. Het SFB nam geen verzekeringsplicht aan, terwijl het GAK dat wel deed. Dit verschil kon niet worden gerechtvaardigd en was in strijd met het verbod van willekeur uit artikel 3:4 Awb Pro.
De rechtbank vernietigde daarom de bestreden besluiten en veroordeelde het UWV in de proceskosten. De inhoudelijke beoordeling van de verzekeringsplicht van de betrokkenen bleef achterwege vanwege de overtreding van het verbod van willekeur.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de premieplichtbesluiten wegens strijd met het verbod van willekeur en veroordeelt het UWV in de proceskosten.