ECLI:NL:RBALM:2006:AW2505
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bouwvergunning uitbreiding woning wegens onvoldoende belangenafweging
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen een bouwvergunning en vrijstelling verleend door het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Wierden voor de uitbreiding van een woning op een perceel in Enter. Het primaire besluit verleende vrijstelling op grond van artikel 19, derde lid, van de WRO, later gewijzigd in artikel 19, tweede lid. Eisers voerden aan dat de uitbreiding leidt tot toename van verkeer over een ontsluitingsweg naast hun woning, die ongeschikt is voor intensief gebruik, en dat de ruimtelijke onderbouwing ondeugdelijk was.
De rechtbank constateerde dat de uitbreiding in strijd is met het bestemmingsplan, onder meer omdat het gebruik als woning niet past binnen de horecabestemming en het gebouw buiten het bebouwingsvlak wordt opgericht. Verweerder had onjuist geoordeeld dat het om een bijgebouw ging en het besluit onvoldoende gemotiveerd volgens artikel 7:12 Awb Pro. De rechtbank oordeelde dat de vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, WRO terecht kon worden verleend, maar dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de gevolgen van het bouwplan voor het verkeer en de belangen van eisers.
Verweerder had abusievelijk de verkeersgevolgen als privaatrechtelijke belangen bestempeld en niet als planologische belangen meegewogen. Ook ontbrak een deugdelijk onderzoek naar het gebruik van de ontsluitingsweg en de mogelijke toename van hinder. Hierdoor was het besluit in strijd met artikel 3:2 Awb Pro. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en droeg op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot vrijstelling en bouwvergunning is vernietigd wegens onvoldoende belangenafweging en onjuiste motivering.