ECLI:NL:RBALM:2007:AZ7227
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en proceskostenvergoeding bij bezwaar tegen vastgestelde onroerende zaak waarde
Eiser betwistte de WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2003, vastgesteld op €309.000,- en na bezwaar verlaagd naar €284.000,-, en stelde dat de waarde te hoog was vastgesteld. Hij voerde aan dat de waarde €225.000,- zou moeten zijn, gebaseerd op taxatierapporten en waardedrukkende omstandigheden zoals een zendmast, achterstallig onderhoud en wateroverlast. Verweerder bracht een taxatierapport in dat de waarde van €284.000,- ondersteunde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aan zijn bewijslast had voldaan door vergelijkingsobjecten te gebruiken die als vergelijkbaar werden erkend. De waardedrukkende effecten die eiser ter zitting aanvoerde konden niet inhoudelijk worden weerlegd, maar de rechtbank ging hieraan voorbij omdat deze niet eerder waren ingebracht. De rechtbank bevestigde de vastgestelde waarde van €284.000,-.
Daarnaast was in geschil of verweerder terecht geen proceskosten in bezwaar had vergoed. Eiser stelde dat hij als belastingadviseur zelf het bezwaarschrift had opgesteld en dat deze kosten onder het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) vergoed zouden moeten worden. De rechtbank oordeelde dat onder het nieuwe recht (na 12 maart 2002) alleen kosten van door derden beroepsmatig verleende rechtsbijstand of bepaalde andere kosten vergoed kunnen worden. Het zelf opstellen van een bezwaarschrift valt hier niet onder, en het taxatierapport was niet specifiek voor de bezwaarprocedure opgesteld. Daarom was de weigering tot vergoeding terecht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet de bestreden uitspraak op bezwaar in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de WOZ-waarde van €284.000,- en wijst het beroep en de proceskostenvergoeding af.