ECLI:NL:RBALM:2007:AZ7250
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op bijstandsuitkering en feitelijke verblijfplaats in gemeente Hellendoorn
Eiseres vroeg op 10 augustus 2005 een bijstandsuitkering aan bij de gemeente Hellendoorn. Verweerder kende de uitkering toe vanaf die datum, maar sloot eiseres uit van bijstand over de periode 1 september tot en met 14 oktober 2005, omdat zij niet feitelijk in Hellendoorn zou hebben verbleven. Dit was gebaseerd op huisbezoeken waarbij eiseres niet thuis was, verklaringen van buren, een gezinsvoogd en het sobere karakter van haar woning.
Eiseres stelde dat zij in die periode meerdere keren tijdelijk elders verbleef vanwege bedreiging en gebrek aan middelen, maar haar feitelijke woonplaats bleef Hellendoorn. Zij voerde aan dat de gemeente onvoldoende onderzoek had gedaan en dat het besluit in strijd was met diverse bestuursrechtelijke beginselen.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente onvoldoende bewijs had geleverd dat eiseres haar verblijfplaats in Hellendoorn had opgegeven. De verklaringen en omstandigheden konden ook wijzen op tijdelijke afwezigheid zonder wijziging van woonplaats. Bovendien was niet gebleken dat eiseres haar inlichtingenplicht had geschonden. Daarom werd het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De rechtbank veroordeelde de gemeente tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot uitsluiting van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van wijziging van verblijfplaats.