ECLI:NL:RBALM:2007:BA6810
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging Educatieve Maatregel Alcohol na weigering ademanalyse
Eiser werd op 17 december 2005 aangehouden wegens vermoedelijk rijden onder invloed. Na een voorlopige ademtest met een alcoholgehalte boven de wettelijke grens, werd eiser bevolen mee te werken aan een ademanalyse. Eiser weigerde dit en beriep zich op medicatie en zijn emotionele toestand. Verweerder legde op grond van deze weigering een Educatieve Maatregel Alcohol (EMA) op.
Eiser voerde aan dat hij niet voor rede vatbaar was en dat zijn weigering niet verwijtbaar was, mede omdat hij aanvankelijk vrijwillig meewerkte en een bloedproef niet weigerde. Ook stelde hij dat de mededeling van de politie geen proces-verbaal was. Verweerder stelde dat eiser bewust medewerking weigerde zonder geldige medische reden en dat het zwijgen van eiser voor zijn rekening moest blijven.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht aannam dat eiser medewerking weigerde aan het onderzoek zoals bedoeld in artikel 8, tweede lid, WVW. Er was geen overtuigend medisch bewijs dat een ademanalyse onwenselijk was. Ook het beroep op emotionele toestand werd niet geaccepteerd. De rechtbank stelde dat het belang van eiser bij het beroep niet verloren was ondanks het succesvol afronden van de EMA, mede vanwege gemaakte kosten.
Op grond van de wettelijke bepalingen en de feiten stelde de rechtbank vast dat het besluit tot oplegging van de EMA rechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de oplegging van de Educatieve Maatregel Alcohol wordt ongegrond verklaard.