ECLI:NL:RBALM:2007:BB0116
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Bloebaum
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor nalaten vangnetten bij werkzaamheden op hoogte met dodelijk ongeval
Op 13 maart 2007 voerde de verdachte binnen zijn BV werkzaamheden uit op een hoogte van 8,58 meter zonder vangnetten aan te brengen, wat in strijd was met de Arbeidsomstandighedenwet. Hierdoor viel een werknemer en overleed later aan de opgelopen letsels. De verdachte gaf opdracht tot het nalaten van vangnetten en droeg feitelijke leiding.
De verdediging stelde dat er een keuze bestond tussen collectieve vangnetten of individuele beveiliging met harnasgordels, en dat het op korte termijn onmogelijk was vangnetten te regelen. Dit werd door de rechtbank verworpen op grond van de wettelijke voorrang van collectieve beschermingsmaatregelen en het feit dat de werkgever bewust koos voor een korte termijn uitvoering zonder vangnetten.
De rechtbank achtte bewezen dat de verdachte opzettelijk handelde in strijd met artikel 32, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet en veroordeelde hem tot een geheel voorwaardelijke boete van 5.000 euro met een proeftijd van 2 jaar. De vordering van de nabestaanden werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het slachtoffer in dienst was van de BV en niet van de verdachte persoonlijk.
De uitspraak werd gedaan door de economische politierechter mr. Bloebaum op 23 juli 2007 in Almelo.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke boete van 5.000 euro wegens nalaten vangnetten met dodelijk ongeval.