ECLI:NL:RBALM:2008:BC4127
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning met bodemverontreiniging na waardepeildatum
Eiseres betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van haar woning per 1 januari 2005, omdat in 2006 bodemverontreiniging werd ontdekt die de waarde zou verminderen. De woning is een twee-onder-één-kapwoning met een perceel waarop tussen 1957 en 1972 een petroleumhandel werd gevoerd met een opslagtank die de bodem vervuilde.
Verweerder stelde de waarde vast op €96.000 na een taxatie met een forfaitaire rompslompaftrek van 10%, en voerde aan dat rekening houden met de bodemverontreiniging niet nodig was omdat deze pas na de waardepeildatum bekend werd. Subsidiair stelde hij dat de waardevermindering nihil was vanwege verhaalsmogelijkheden op de veroorzaker.
De rechtbank oordeelde dat de bodemverontreiniging op de waardepeildatum reeds aanwezig was en dat de waarde daarom met het waardedrukkende effect ervan moest worden vastgesteld. De kosten van sanering konden niet realistisch worden verhaald, waardoor een koper rekening zou houden met deze kosten en onzekerheden.
De rechtbank stelde de waarde daarom lager vast op €80.000, rekening houdend met de reeds gemaakte saneringskosten van €25.000 en de beperkte verhaalsmogelijkheden. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €80.000 vanwege bodemverontreiniging die de waarde drukt.