ECLI:NL:RBALM:2008:BC8237
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bordenga
- Vogel
- De Wit
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens overschrijding redelijke termijn in belastingzaak
De rechtbank Almelo behandelde een zaak waarin verdachte werd vervolgd voor diverse belastinggerelateerde strafbare feiten, waaronder het niet voeren van een juiste administratie en het doen van onjuiste belastingaangiften namens verschillende entiteiten in de periode 1999-2000.
De procedure duurde meer dan zeven jaar, waarbij de rechtbank constateerde dat het Openbaar Ministerie (OM) gedurende twee lange perioden van anderhalf jaar geen enkele voortgang in de zaak had gebracht. Ondanks dat de zaak niet bijzonder ingewikkeld was en de verdachte of zijn raadsvrouw nauwelijks invloed hadden op de vertraging, bleef het OM inactief.
De rechtbank hanteerde als startpunt van de redelijke termijn de datum van de doorzoeking van de woning van verdachte op 14 november 2000. Gezien de totale duur van het geding en de stilstand in de procedure oordeelde de rechtbank dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden.
Hoewel overschrijding van de redelijke termijn meestal leidt tot strafvermindering, achtte de rechtbank dit een uitzonderlijk geval waarbij niet-ontvankelijkheid van het OM gerechtvaardigd was. De belangen van verdachte prevaleerden boven die van de samenleving, mede omdat de feiten ruim negen jaar oud waren en het maatschappelijk belang afnam.
Daarom verklaarde de rechtbank het OM niet-ontvankelijk in zijn vervolging.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn.