ECLI:NL:RBALM:2008:BD0651
Rechtbank Almelo
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tot medewerking teruggeleiding minderjarige kinderen
Een Italiaanse vader en Nederlandse moeder, woonachtig in Italië, zijn in scheiding. De moeder vertrok met de kinderen naar Nederland, waarna een Italiaanse rechtbank teruggeleiding naar Italië beval. Deze beschikking werd in Nederland uitvoerbaar verklaard. De moeder startte een procedure tot gezagswijziging en het hoofdverblijf van de kinderen. De rechtbank Almelo wees voorlopige voogdij toe aan een voogdij-instelling totdat onherroepelijk op het verzoek tot gezagswijziging is beslist.
De vader verzocht het Openbaar Ministerie (OM) om medewerking aan de teruggeleiding van de kinderen conform artikel 813 Rv Pro, maar het OM weigerde dit vanwege het lopende onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en de gezagswijzigingsprocedure. De vader verzocht vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om het OM te dwingen medewerking te verlenen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de schriftelijke bevestiging van het OM een besluit in de zin van de Awb is. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het OM onder omstandigheden medewerking kan weigeren. Gezien het lopende onderzoek en de gezagswijzigingsprocedure is het niet verplicht medewerking te verlenen. De bestuursrechtelijke voorlopige voorziening is niet de juiste weg om de civiele gezagswijzigingsprocedure te betwisten. Het belang van de kinderen en moeder om het onderzoek en de procedure af te wachten weegt zwaarder dan het belang van de vader. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot medewerking aan de teruggeleiding van de minderjarige kinderen wordt afgewezen.