ECLI:NL:RBALM:2008:BG6273
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoogte dagloon bij WW-uitkering na nabetalingen
Verweerder stelde bij besluit van 14 juli 2006 het dagloon voor de WW-uitkering van eiser vast op €82,05. Eiser stuurde na dit besluit drie salarisstroken met nabetalingen, waarop verweerder aanvankelijk niet terugkwam. Na bezwaar stelde verweerder het dagloon bij tot €82,09, maar hield de nabetalingen buiten beschouwing omdat deze niet in het refertejaar vorderbaar waren.
Eiser betoogde dat de nabetalingen wel betrekking hadden op het refertejaar en dat de werkgever de betalingen te laat had opgegeven. De rechtbank oordeelde dat het beroep zich richtte op de beslissing op bezwaar en dat de nabetalingen alleen meegenomen konden worden als zij in het refertejaar vorderbaar waren.
De rechtbank stelde vast dat de nabetalingen na het refertejaar waren betaald en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat deze al in het refertejaar vorderbaar waren. De nabetalingen betroffen onder andere een vergoeding voor niet opgenomen vakantie-uren, waarvan het moment van vorderbaarheid niet was aangetoond. Ook de andere nabetalingen ontbrak bewijs voor vorderbaarheid in het refertejaar.
De rechtbank concludeerde dat het Besluit dagloonregels niet in strijd is met de WW en dat verweerder terecht de nabetalingen buiten beschouwing liet. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van het dagloon wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.