ECLI:NL:RBALM:2008:BG8805
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.M.B. Elferink
- J.H. Keuzenkamp
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vermindering legesaanslag bouwvergunning na onjuiste kostenberekening volgens NEN 2631
Eiser vroeg een bouwvergunning aan voor de uitbreiding van een rioolwaterzuiveringsinstallatie in de gemeente Dinkelland. Verweerder legde een legesaanslag op van €94.792,55, gebaseerd op bouwkosten van €5.187.000,00. Eiser betwistte de hoogte van de bouwkosten waarover leges geheven werden en stelde dat de aanslag op een te hoog bedrag was berekend.
De rechtbank bekeek eerst of de Legesverordening en de bijbehorende Tarieventabel verbindend waren. Gelet op een arrest van de Hoge Raad uit 2006 oordeelde de rechtbank dat de verordening slechts onverbindend zou zijn als de totale opbrengsten van alle diensten samen hoger zijn dan de kosten, hetgeen niet was gesteld of aannemelijk gemaakt. De verordening en tarieventabel zijn dus verbindend.
Vervolgens onderzocht de rechtbank welke kosten als bouwkosten volgens normblad NEN 2631 moeten worden beschouwd. De rechtbank stelde vast dat sloopkosten en kosten van de besturingsinstallatie (software) onterecht in de legesheffing waren betrokken. De mechanische installaties en werktuigbouwkundige voorzieningen behoren wel tot de bouwkosten en mogen in de leges worden meegenomen.
De rechtbank stelde de legesaanslag daarom vast op €89.986,55, berekend op basis van €4.920.000,00 aan bouwkosten, en bepaalde dat de gemeente het betaalde griffierecht aan eiser moest vergoeden. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken omdat geen kosten waren gesteld die voor vergoeding in aanmerking kwamen.
Uitkomst: De legesaanslag wordt verminderd tot €89.986,55 omdat sloopkosten en besturingsinstallatie onterecht in de kostenbasis waren opgenomen.