ECLI:NL:RBALM:2009:BK6886
Rechtbank Almelo
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie
De werkgeefster kreeg een loonsanctie opgelegd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen, omdat zij het advies van de arbeidsdeskundige om de werknemer op proef in het eigen werk te laten hervatten niet had opgevolgd. Tegen dit besluit maakte de werkgeefster bezwaar en verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang was voor het treffen van een voorlopige voorziening. Dit omdat de werknemer inmiddels zijn werkzaamheden volledig heeft hervat, waardoor de werkgeefster geen of nauwelijks schade lijdt. Mocht de werknemer opnieuw uitvallen, dan zal de werkgeefster slechts voor een beperkte periode het loon moeten doorbetalen.
Verder werd overwogen dat de werkgeefster naar verwachting de beperkte financiële last kan dragen en dat het niet aannemelijk is dat zij de betaalde loonkosten niet kan verhalen bij een voor haar gunstige bodemprocedure. De voorzieningenrechter benadrukte dat de voorlopige voorziening slechts een voorlopig oordeel kan geven en dat duidelijkheid over de loonsanctie alleen in de bodemprocedure verkregen kan worden.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de loonsanctie wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.