ECLI:NL:RBALM:2010:BM1682
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Wijziging partneralimentatie na echtscheiding met behoud van lotsverbondenheid
De man verzocht de rechtbank om de partneralimentatie te verlagen naar nihil of €429 per maand, stellende dat de lotsverbondenheid tussen hem en de vrouw was vervallen omdat de feitelijke samenleving al in 2002 was beëindigd, hoewel de echtscheiding pas in 2008 werd uitgesproken. Hij voerde ook aan dat hij ver boven zijn draagkracht had bijgedragen en dat de vrouw zonder zijn toestemming geld had opgenomen van zijn bedrijfsrekening.
De vrouw betwistte de niet-ontvankelijkheid van het verzoek wegens het niet tijdig overleggen van bepaalde bescheiden en stelde dat er geen wijziging van omstandigheden was die een verlaging rechtvaardigde. De rechtbank oordeelde dat het niet tijdig overleggen van bescheiden niet tot niet-ontvankelijkheid leidt en dat de lotsverbondenheid niet is verdwenen, mede gelet op het huwelijk, het gezamenlijk kind en de zorgverdeling.
De rechtbank nam de hogere woonlasten van de man mee in de draagkrachtberekening en achtte zijn overgelegde jaarstukken betrouwbaar. De man mocht een redelijke pensioenvoorziening in mindering brengen, maar niet de kosten voor kinderopvang en omgangsregeling, omdat die niet aannemelijk waren gemaakt.
De rechtbank stelde de draagkracht van de man vast op €1.013 per maand, waarvan 60% beschikbaar is voor alimentatie, leidend tot een partneralimentatie van €532 per maand. De wijziging gaat in per 1 augustus 2009. De proceskosten worden gecompenseerd omdat partijen gehuwd zijn geweest.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt verlaagd naar €532 per maand met ingang van 1 augustus 2009.