ECLI:NL:RBALM:2010:BN2948
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende re-integratie na seksuele intimidatie
Verzoekster, sinds 1991 in dienst als chauffeur bij Rijnja, meldde zich ziek na seksuele intimidatie door een collega in april 2007. Ondanks medische adviezen en deskundigenoordelen bleek terugkeer naar haar eigen werk of een andere vestiging niet mogelijk. Rijnja startte een tweede spoor re-integratietraject via USG Restart, maar dit werd na vier maanden beëindigd wegens vermeende onvoldoende medewerking van verzoekster.
Het UWV oordeelde dat verzoekster wel voldoende meewerkte en dat het re-integratiebureau te snel had opgegeven. Rijnja had daarna geen nieuwe re-integratieactiviteiten opgestart, wat door de kantonrechter als tekortkoming werd beoordeeld. Verzoekster vroeg ontbinding van de arbeidsovereenkomst met vergoeding wegens het tekortschieten van Rijnja in haar re-integratieverplichtingen.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst ontbonden kon worden wegens het sluimerend dienstverband en het ontbreken van uitzicht op herstel. Hoewel de beëindiging geen directe gevolgen voor verzoekster had, werd een vergoeding van €10.000 toegekend vanwege de onvoldoende re-integratie-inspanningen van Rijnja. Rijnja werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met een bruto vergoeding van €10.000 aan verzoekster wegens onvoldoende re-integratie door werkgever.