ECLI:NL:RBALM:2010:BO7646
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Wentink
- H. Bloebaum
- N.R. Visser
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid na moord tijdens inburgeringscursus
Op 12 april 2010 heeft verdachte tijdens een inburgeringscursus een medecursist meerdere keren met een mes gestoken, wat leidde tot diens overlijden. De rechtbank achtte moord bewezen, waarbij sprake was van opzet en voorbedachte rade, gelet op de voorbereidingen en de aard van de aanval.
Desondanks werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging omdat deskundigen vaststelden dat hij leed aan een psychotische stoornis (schizofrenie) waardoor hij volledig ontoerekeningsvatbaar was. De rechtbank volgde dit oordeel en legde een maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met dwangverpleging op vanwege het hoge recidiverisico en de noodzaak van langdurige behandeling.
De nabestaanden van het slachtoffer vorderden schadevergoeding, waarvan een deel werd toegewezen tot €3.674,69 als voorschot, terwijl de rest van de civiele vordering bij de burgerlijke rechter moet worden ingediend. De rechtbank veroordeelde verdachte tevens tot betaling van proceskosten aan de benadeelde partij.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel van TBS noodzakelijk was voor de veiligheid van de samenleving en dat opname in een forensisch psychiatrische kliniek met dwangverpleging de beste behandeloptie is gezien de ernst van de stoornis en het recidiverisico.
Het vonnis werd uitgesproken door de rechtbank Almelo op 17 december 2010, waarbij de verdachte niet strafbaar werd gehouden maar wel onder behandeling en toezicht van de overheid werd geplaatst.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid en krijgt TBS met dwangverpleging opgelegd.