ECLI:NL:HR:2010:BK8507
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt opzet ondanks ernstige geestelijke stoornis verdachte
In deze zaak stond de vraag centraal of verdachte, die leed aan een ernstige schizofrene stoornis, opzettelijk en met voorbedachte raad heeft geprobeerd zijn moeder te doden. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte op 21 april 2007 met een zwaar voorwerp zijn moeder probeerde te slaan met het oogmerk haar te doden.
Verdachte voerde verweer dat hij door zijn psychische stoornis geen inzicht had in zijn gedragingen en de gevolgen daarvan, waardoor het opzet ontbrak. Deskundigen bevestigden dat verdachte ten tijde van het delict geen inzicht had, maar het hof oordeelde dat dit niet het geval was en dat het opzet wel bewezen was.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat een ernstige geestelijke stoornis alleen aan de bewezenverklaring van opzet in de weg staat als bij verdachte ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen ontbrak, hetgeen slechts bij hoge uitzondering voorkomt. Ook bevestigde de Hoge Raad dat voorbedachte raad niet wordt uitgesloten door de stoornis. Het beroep in cassatie werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat verdachte met voorbedachte raad en opzet heeft gehandeld ondanks zijn ernstige geestelijke stoornis.