ECLI:NL:RBALM:2011:BQ5834
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.L.J. Koopmans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling wegens niet nakomen verplichtingen
Verzoekers, gehuwd in gemeenschap van goederen, dienden een verzoek in tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank oordeelde dat verzoeker 1 niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de verplichtingen uit de regeling zal nakomen, mede vanwege zijn gedrag tijdens het faillissement waarbij hij informatievoorziening aan de curator vertraagde en onttrekking van goederen aan beslag niet aannemelijk kon verklaren.
De curator had verzocht om diverse bewijsstukken met betrekking tot verkoop van voertuigen waarop beslag was gelegd. Verzoeker 1 verstrekte deze informatie pas na een gedwongen verhoor en was zelfs in verzekerde bewaring gesteld vanwege het niet verstrekken van informatie. De rechtbank concludeerde dat dit gedrag niet wijst op een saneringsgezinde houding.
Omdat verzoekers in gemeenschap van goederen zijn gehuwd en het verzoek van verzoeker 1 werd afgewezen, had verzoeker 2 geen belang meer bij haar verzoek. Toewijzing aan haar zou leiden tot een situatie waarin zij wel een schone lei krijgt, maar haar echtgenoot niet, waardoor schuldeisers verhaal kunnen blijven houden op het gemeenschappelijk vermogen.
Het verzoek van verzoeker 2 werd daarom eveneens afgewezen wegens gebrek aan belang. De rechtbank wees het verzoek tot schuldsanering af op grond van artikel 288 lid 1 sub c Faillissementswet Pro.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet nakomen van verplichtingen en gebrek aan belang.