ECLI:NL:RBALM:2011:BQ6501
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot eenhoofdig ouderlijk gezag na echtscheidingsprocedure
De minderjarige, vertegenwoordigd door een bijzondere curator, verzocht de rechtbank Almelo om het gezamenlijk ouderlijk gezag te wijzigen in eenhoofdig gezag voor de moeder. De ouders zijn gescheiden en oefenden gezamenlijk gezag uit, waarbij de hoofdverblijfplaats bij de moeder was. De minderjarige had al geruime tijd geen contact met de vader en wenste geen gezamenlijk gezag meer.
De rechtbank stelde vast dat de bijzondere curator benoemd was om de belangen van de minderjarige te behartigen in deze procedure. Echter, de rechter oordeelde dat de minderjarige niet-ontvankelijk was omdat zij tijdens de echtscheidingsprocedure in 2008, op 13-jarige leeftijd, reeds de gelegenheid had gehad haar mening over het gezag kenbaar te maken. De rechter volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad dat een kind slechts eenmaal via eigen rechtsingang een beslissing over gezagswijziging kan vragen na echtscheiding.
De rechtbank overwoog dat het verzoek niet rechtstreeks over verzorging, opvoeding of vermogen ging, maar over het gezag. Omdat er geen tegenstrijdige belangen waren tussen de minderjarige en de moeder, en de moeder het verzoek steunde, was de bijzondere curator niet ontvankelijk. Daarnaast bleek uit de stukken dat de minderjarige geen last had van het gezamenlijk gezag, ondanks het ontbreken van contact met de vader.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek ook inhoudelijk afgewezen zou zijn, omdat er geen feiten of omstandigheden waren die gezagswijziging noodzakelijk maakten. De vader was niet verschenen en had geen verweer gevoerd. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 6 april 2011 door kinderrechter J.H. Olthof.
Uitkomst: De bijzondere curator is niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot gezagswijziging en het verzoek zou inhoudelijk zijn afgewezen.