ECLI:NL:RBALM:2011:BU3018
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kredietovereenkomst en zorgplicht bij overkreditering door kredietbank
Partijen sloten in november 2006 een kredietovereenkomst waarbij HDV een bedrag van €33.810 aan gedaagden verstrekte, met tussenkomst van kredietbemiddelaar De Kredietdesk. Gedaagden stelden dat HDV een bijzondere zorgplicht had om overkreditering te voorkomen en dat zij onrechtmatig handelde door een krediet te verstrekken dat hun financiële draagkracht te boven ging.
De rechtbank overwoog dat HDV slechts een gewone zorgplicht had, aangezien het ging om een eenvoudige geldlening en niet om een ingewikkeld beleggingsproduct zoals in effectenleasezaken. De Wet Financieel Toezicht was pas na het sluiten van de overeenkomst in werking getreden, zodat enkele verweren op die grondslag niet konden slagen.
Gedaagden konden hun stelling van overkreditering onvoldoende onderbouwen, mede omdat zij niet de relevante acceptatierichtlijnen van HDV uit 2006 hadden overgelegd. Ook de stelling van dwaling werd verworpen, omdat gedaagden voldoende kennis hadden moeten hebben van hun financiële situatie en eerdere kredietervaringen.
De vordering tot vernietiging van de overlijdensrisicoverzekering kon niet worden toegewezen, omdat deze tussen gedaagden en Krediet Protector B.V. was gesloten, die geen partij was in deze procedure. De vordering tot ongedaan maken van een eventuele BKR-codering werd afgewezen.
De rechtbank veroordeelde gedaagden hoofdelijk tot betaling aan HDV van €37.071,60 plus rente en veroordeelde hen in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling aan HDV wegens niet-onderbouwde stellingen over overkreditering en onrechtmatig handelen.