ECLI:NL:RBALM:2012:BV2934
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling achterstallige huur en ontruiming bedrijfsruimte met pandrecht op inventaris
Op 23 december 2009 sloten Romola B.V. en drie natuurlijke personen een huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte te Oldenzaal, waarbij de huurders hoofdelijk aansprakelijk zijn gesteld. Tevens werd een pandrecht gevestigd op de bedrijfsinventaris als zekerheid voor de nakoming van de huurovereenkomst. Later werd een pandakte gesloten tussen Romola en Het Buitenhuys B.V., een vennootschap opgericht na de huurovereenkomst, die de horecagelegenheid exploiteerde.
Romola vorderde betaling van €70.667,01 aan achterstallige huurpenningen van de drie natuurlijke personen, die volgens de rechtbank als huurders moeten worden aangemerkt, ondanks hun verweer dat Het Buitenhuys huurder zou zijn. De rechtbank oordeelde dat de schriftelijke huurovereenkomst dwingend bewijs vormt en dat het verweer onvoldoende is onderbouwd. De vordering tot betaling werd toegewezen.
Daarnaast werd gevorderd ontruiming van het gehuurde binnen een week, wat werd toegewezen vanwege de forse huurachterstand en de verwachting dat de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden ontbonden. De executie van het pandrecht door Het Buitenhuys werd niet toegestaan in kort geding; dit kan in een uitvoeriger procedure worden beoordeeld. De kosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Huurders worden veroordeeld tot betaling van achterstallige huur en ontruiming; executie pandrecht door pandhouder niet toegestaan in kort geding.