ECLI:NL:RBALM:2012:BW3368
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering voorlopige tenuitvoerlegging na niet-naleving bijzondere voorwaarde en passend alternatief BOPZ
De officier van justitie vorderde op 16 april 2012 bij de rechtbank Almelo voorlopige tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden tegen verdachte wegens het niet naleven van een bijzondere voorwaarde. Deze bijzondere voorwaarde hield in dat verdachte zich moest laten opnemen in een behandelinstelling (De Boog te Zutphen).
De behandeling werd voortijdig beëindigd vanwege het gedrag van verdachte. De reclassering rapporteerde dat verdachte nog steeds behandeling behoeft, maar in een meer gesloten setting, passend binnen een BOPZ-maatregel. Tevens adviseerde de reclassering om, indien mogelijk, de voorlopige hechtenis niet te schorsen. De rechter-commissaris overwoog dat voorlopige tenuitvoerlegging alleen kan worden toegewezen als verwacht mag worden dat de politierechter de tenuitvoerlegging zal gelasten in de vorm van een vrijheidsstraf.
Gezien de rapportages en het advies van de reclassering, en het feit dat verdachte mogelijk (on)toerekeningsvatbaar is, achtte de rechter-commissaris het aannemelijk dat de politierechter geen gevangenisstraf zal gelasten. Bovendien had de officier van justitie geen actie ondernomen om verdachte op te laten nemen binnen het BOPZ-traject. Daarom werd geoordeeld dat de inzet van het strafrecht in deze situatie oneigenlijk is. De vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging werd afgewezen en onmiddellijke invrijheidstelling gelast.
Uitkomst: De vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging wordt afgewezen en verdachte wordt onmiddellijk in vrijheid gesteld.