ECLI:NL:RBALM:2012:BW8479
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geldigheid intentieverklaring en nadere overeenkomst bij ontbinding maatschap landbouwbedrijf
In deze civiele procedure staat centraal of de vader terecht een beroep doet op wilsgebreken zoals bedreiging, bedrog, dwaling en misbruik van omstandigheden met betrekking tot de intentieverklaring van 1 maart 2010 en de nadere overeenkomst van 19 mei 2011.
De intentieverklaring regelt de ontbinding van de maatschap en bedrijfsvoortzetting door de zoon. Vader stelt onder meer dat hij onder druk is gezet en niet wist dat hij gebonden was, maar deze stellingen worden niet ondersteund door bewijs of getuigenverklaringen. De rechtbank concludeert dat vader de intentieverklaring en nadere overeenkomst vrijwillig en bewust heeft ondertekend.
De rechtbank oordeelt dat de bepalingen die de testeervrijheid van vader beperken nietig zijn. Verder wordt vader veroordeeld tot medewerking aan de uitvoering van de overeenkomsten en verboden zonder toestemming bedrijfsactiviteiten te verrichten of geld op te nemen van de bankrekening. De vorderingen van vader tot vernietiging worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vader is gebonden aan de intentieverklaring en nadere overeenkomst en wordt veroordeeld tot medewerking en proceskosten, terwijl zijn beroep op wilsgebreken en dwaling wordt afgewezen.