ECLI:NL:RBALM:2012:BX9242
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over dwangsommen bij herstel gebreken huurwoning na faillissement aannemer
Eiseres verhuurt een woning aan gedaagde en is door de kantonrechter veroordeeld tot herstel van gebreken binnen strikte termijnen, met dwangsommen bij niet-nakoming. De aangewezen aannemer was echter al failliet, waardoor eiseres niet aan de veroordeling kon voldoen. Zij gaf later opdracht aan een andere aannemer die het werk met vertraging uitvoerde.
Gedaagde legde beslag op de uitkering en bankrekeningen van eiseres wegens verbeurde dwangsommen. Eiseres vorderde opheffing van het beslag, verbod op nieuw beslag, betaling van ingehouden bedragen en schorsing van de tenuitvoerlegging van de dwangsommen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van onmogelijkheid in de zin van artikel 611d Rv, omdat eiseres niet meer inspanning kon leveren na het faillissement van de eerste aannemer. De dwangsommen hebben het karakter van een geldelijke prikkel en moeten worden herzien met inachtneming van de realistische termijnen van de nieuwe aannemer.
De rechtbank beveelt gedaagde om de beslagen binnen zeven dagen op te heffen, verbiedt nieuw beslag op dezelfde grondslag, beveelt betaling van ingehouden bedragen en schorst de tenuitvoerlegging van de dwangsommen totdat in een bodemprocedure hierover is beslist. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank beveelt opheffing van beslag en schorst tenuitvoerlegging dwangsommen wegens onmogelijkheid nakoming door faillissement aannemer.