ECLI:NL:RBALM:2012:BZ2017
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen witwassen ondanks onrechtmatige staandehouding
Op 14 december 2010 werden verdachte en zijn medeverdachte gecontroleerd door de Koninklijke Marechaussee kort na de Duits-Nederlandse grens. Bij de controle werd een aanzienlijk bedrag aan geld in coupures van vijfhonderd euro aangetroffen. Verdachte en zijn medeverdachte verklaarden wisselend en tegenstrijdig over de herkomst van het geld, dat zij als familiegeld aanduidden. De rechtbank oordeelde dat het geld vermoedelijk afkomstig was uit criminele activiteiten en dat de verklaringen van de verdachten ongeloofwaardig waren.
De verdediging voerde aan dat de staandehouding onrechtmatig was omdat deze plaatsvond in het kader van een grenscontrole, wat in strijd zou zijn met de Schengengrenscode. De rechtbank verwierp dit verweer en stelde dat de onrechtmatigheid bestuursrechtelijk was, maar geen strafvorderlijk vormverzuim opleverde, omdat de staandehouding niet in het kader van het strafrechtelijk voorbereidend onderzoek plaatsvond.
De rechtbank verklaarde het bewezen dat verdachte medepleegde aan witwassen en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd het inbeslaggenomen geld van € 4.500,- verbeurd verklaard. De straf werd geheel voorwaardelijk opgelegd mede vanwege de tijd die was verstreken sinds het feit en de eerdere vrijlating na inverzekeringstelling.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en verbeurdverklaring van €4.500,- ondanks onrechtmatige staandehouding.