ECLI:NL:HR:2012:BV1642
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over vervolging slachtoffer mensenhandel en onrechtmatige staandehouding bij MTV-controle
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd vervolgd voor het gebruik van een vals verblijfsdocument. De verdachte voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat zij slachtoffer was van mensenhandel en het non-punishment-beginsel zou gelden. Dit verweer werd door het hof verworpen en door de Hoge Raad bevestigd.
Daarnaast stond de rechtmatigheid van een staandehouding in het kader van Mobiel Toezicht Vreemdelingen (MTV) ter discussie. Het hof had geoordeeld dat de onrechtmatige staandehouding een vormverzuim was als bedoeld in art. 359a Sv, wat de Hoge Raad onjuist achtte omdat de staandehouding niet in het kader van het voorbereidend strafonderzoek had plaatsgevonden.
De Hoge Raad bevestigde dat het OM bevoegd is tot vervolging ondanks het slachtoffer zijn van mensenhandel, dat het non-punishment-beginsel niet absoluut is en dat de onrechtmatige staandehouding bij MTV-controles niet automatisch leidt tot bewijsuitsluiting of niet-ontvankelijkheid van het OM. De beroepen werden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp de beroepen en bevestigde dat het OM vervolging mag instellen en dat de onrechtmatige staandehouding geen vormverzuim oplevert.