ECLI:NL:RBAMS:1999:AA4043
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Allewijn
- H.C. Naves
- C.J. Polak
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige weigering kinderbijslag wegens verblijfsstatus volgens Koppelingswet
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw die in Nederland verblijft en moeder is van drie kinderen, werd door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de kinderbijslag geweigerd vanaf het derde kwartaal van 1998, omdat zij volgens de Koppelingswet niet als verzekerde kon worden aangemerkt vanwege haar verblijfsstatus. Zij had bezwaar gemaakt tegen deze beslissing en beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat eiseres rechtmatig in Nederland verbleef op grond van artikel 1b, aanhef en onder 3, van de Vreemdelingenwet, omdat zij in afwachting was van een beslissing op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning. Desondanks was zij volgens de Koppelingswet niet verzekerd voor de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). De rechtbank stelde vast dat dit onderscheid tussen Nederlanders en niet-Nederlanders direct naar nationaliteit was en daarmee discriminatoir volgens artikel 26 van Pro het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR).
Hoewel het doel van de Koppelingswet legitiem was, namelijk het voorkomen van het opbouwen van rechten door illegalen, vond de rechtbank dat de toepassing van deze wet op vreemdelingen zoals eiseres disproportioneel en ongeschikt was. De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit onrechtmatig was en vernietigde het, waarbij de SVB werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en de proceskosten van eiseres te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van kinderbijslag wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.