ECLI:NL:RBAMS:1999:AF0015

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 augustus 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
99.634
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsanering wegens verzwegen inkomsten en verwijtbare schulden

Verzoekster heeft haar zolderruimte van december 1997 tot mei 1998 verhuurd aan derden voor het kweken van weed, waarvoor zij maandelijks 2.000 gulden ontving. Deze inkomsten heeft zij niet opgegeven aan de sociale dienst, waardoor een schuld van 11.602,68 gulden aan de gemeente Blaricum is ontstaan. Daarnaast is door derden elektriciteit afgetapt buiten haar meter om, wat leidde tot een schuld van 6.710,33 gulden aan Energie Noord-West.

Verzoekster diende op 5 augustus 1999 een verzoekschrift in voor toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de zitting van 16 augustus 1999 verscheen zij persoonlijk. De rechtbank overwoog dat verzoekster niet te goeder trouw was ten aanzien van de schuld aan de gemeente, en ook verwijtbaar nalatig was omtrent de schuld aan Energie Noord-West.

Gezien het aandeel van deze schulden in de totale schuldenlast wees de rechtbank het verzoek tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling af. De uitspraak werd gedaan op 18 augustus 1999 door mr. J.C.W. Rang.

Uitkomst: Verzoek tot schuldsanering wordt afgewezen wegens het ontbreken van goed vertrouwen en verwijtbare nalatigheid.

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te Amsterdam
Tweede enkelvoudige kamer
X., geboren op ..., wonende te P.
verzoekster,
heeft op 5 augustus 1999 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringregeling
De behandeling van dit verzoekschrift heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 16 augustus 1999, alwaar verzoekster is verschenen. Van deze behandeling is proces-verbaal opgemaakt.
--------------------------------------------------------------------------------
De rechtbank overweegt als volgt
Verzoekster heeft ter terechtzitting ondermeer verklaard dat zij in de periode van half december 1997 tot half mei 1998 haar zolderruimte heeft verhuurd aan derden voor het kweken van weed totdat er een inval van politie plaatsvond.
Verzoekster kreeg hier f. 2.000,- per maand voor. Verzoekster heeft deze extra inkomsten niet aan de sociale dienst opgegeven . Hieruit is een schuld van f. 11.602,68 aan de gemeente Blaricum ontstaan. Verzoekster wist niet dat de personen die haar zolderruimte huurden, de benodige elektra voor de weedplantage buiten haar meter om aftapten. Hieruit is de schuld van f. 6.710,33 aan Energie Noord-West ontstaan.
Naar het oordeel van de rechtbank kan verzoekster niet geacht worden ten aanzien van het ontstaan van voornoemde schuld aan de gemeente Blaricum te goeder trouw te zijn geweest. Voor wat betreft de schuld aan Energie Noord-West geldt - in mindere mate -, maar wèl verwijtbaar hetzelfde: zij is hierin wat al te naïef geweest.
Gelet op het aandeel van de hiervan bedoelde schulden in de totale schuldenlast is de rechtbank dan ook van oordeel dat het verzoek tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling moet worden afgewezen.
BESLISSING
De rechtbank:
- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
Gewezen door mr. J.C.W. Rang, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 augustus 1999 in tegenwoordigheid van de griffier